Home / Antwoorden: oktober 2016

Antwoorden: oktober 2016

1. Bij welke van onderstaande overtredingen moet het spel hervat worden met een directe vrije schop of strafschop?
A. Commentaar op de leiding
B. Buitenspel
C. Hands
D. Te hoog geheven been (zonder hierbij de tegenstander te raken).
Antwoord: C

2. De rechtsbuiten van partij A speelt de bal door de benen van de linksback van partij B. Als hij doorloopt zet de verdediger van achteren een tackle in met buitensporige inzet, waardoor de aanvaller ten val komt. Vervolgens staat de aanvaller op en trapt de op de grond liggende speler van partij B. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen?
A. Directe vrije schop voor partij A + rode kaart voor beide spelers
B. Directe vrije schop voor partij A + rode kaart voor de verdediger van partij B en een gele kaart voor de aanvaller van partij A.
C. Scheidsrechtersbal + rode kaart voor beide spelers
D. Scheidsrechtersbal + rode kaart voor de verdediger van partij B en een gele kaart voor de aanvaller van partij A.
Antwoord: A

3.  In de 33ste minuut van de 1e helft geeft de scheidsrechter een teken dat een hoekschop genomen kan worden. Er staan twee medespelers bij de bal. De ene speler tikt de bal licht aan. De bal beweegt zichtbaar, maar gat daarbij niet uit het hoekschopgebied. Medespeler B loopt vervolgens snel met de bal aan de voet richting doel en scoort. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?
A. Hij laat de hoekschop overnemen
B. Aftrap na geldig doelpunt
C. Indirecte vrije schop voor de verdedigende partij
D. Scheidsrechtersbal
Antwoord: B

4. Wat staat er in de spelregels over de kleur van een slidingbroekje?
A. De teams mogen zelf weten welke kleur slidingsbroekje ze dragen, als dit maar voor het hele team hetzelfde is.
B. De kleur van het slidingbroekje moet dezelfde zijn als van de korte broek horende bij het tenue.
C. Hierover staat niets vastgelegd in de spelregels.
D. De kleur van het slidingbroekje met een andere kleur hebben dan de korte broek, zodat het onderscheid duidelijk zichtbaar is.
Antwoord: B

5. Een middenvelder van partij A maakt een fraaie rush langs twee verdedigers en loopt richting het strafschopgebied van partij B, met de bal aan de voet. Op 20 meter van het doel wordt hij aan zijn shirt vastgehouden door een speler van partij B. De aanvaller loopt echter door, maar op 12 meter van het doel valt hij , doordat de speler nog altijd het shirt vasthoudt. Wat moet nu de spelhervatting zijn?
A. Directe vrije schop op de plek waar er voor het eerst werd vastgehouden.
B. Directe vrije schop op de rand van het strafschopgebied.
C. Strafschop
D. Indirecte vrije schop in het strafschopgebied
Antwoord: C

Facebook

Twitter