Home / Antwoorden: november 2016

Antwoorden: november 2016

1. Wat staat er in de spelregels vermeld over de lijnen die het speelveld afbakenen?

A. Deze mogen niet breder zijn dan 12 cm.

B. Deze mogen niet breder zijn dan 10 cm.

C. Deze moeten minimaal 10 en maximaal 12 centimeter zijn

D. Hierover staat niets vermeld in de spelregels.

Antwoord: A

2. Wanneer is de tijd van een wedstrijd verstreken?

A. Als het eindsignaal van de scheidsrechter klinkt.

B. Als de tijd op het horloge van de scheidsrechter verstreken is

C. Als de tijd van het scorebord verstreken is

D. Als de tijd verstreken is én de bal buiten de lijnen is.

Antwoord: B

3. Partij A scoort een doelpunt waar een “buitenspel-luchtje” aan zat. Het doelpunt wordt wel toegekend. Partij B is het hier niet mee eens en weigert vervolgens om af te trappen. Hoe zal de scheidsrechter hierop moeten reageren?

A. De andere partij laten aftrappen

B. Zelf de bal in het spel brengen

C. De aanvoerder verplichten de aftrap te verrichten en anders de wedstrijd staken

D. De wedstrijd direct tijdelijk staken

Antwoord: C

4. Welke straffen staat er voor het spugen naar een medespeler?

A. Directe vrije schop + gele kaart

B. Directe vrije schop + rode kaart

C. Indirecte vrije schop + gele kaart

D. Indirecte vrije schop + rode kaart

Antwoord: D

5. Een inwerper laat de bal per ongeluk vallen. De scheidsrechter ziet dit. De bal komt vervolgens bij een tegenstander terecht. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?

A. Doorspelen

B. Inworp laten nemen door de tegenpartij

C. Inworp opnieuw laten nemen door dezelfde partij

D. Scheidsrechtersbal

Antwoord: C

6. Een verdediger neemt een indirecte vrije schop vanuit zijn eigen strafschopgebied. Wanneer is de bal in het spel?

A. Als de bal een afstand gelijk aan zijn omtrekt heeft afgelegd

B. Als de bal rechtstreeks  buiten het strafschopgebied is getrapt

C. Als de bal door een medespeler of tegenstander is aangeraakt

D. De bal is direct in het spel na het nemen van de indirecte vrije schop

Antwoord: B

7. Partij A mag een inworp nemen. De bal verdwijnt ongelukkig via de knie van de scheidsrechter in het doel, zonder dat de bal door iemand anders wordt aangeraakt. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?

A. Doelpunt

B. Doelschop

C. Hoekschop

D. Inworp overnemen

Antwoord: B en C zijn beide mogelijk

8. De verdedigende partij schiet een directe vrije schop van binnen het eigen strafschopgebied per ongeluk rechtstreeks in het eigen doel, zonder dat deze verder door iemand wordt aangeraakt. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?

A. Hoekschop

B. Doelschop

C. Doelpunt

D. Vrije schop overnemen

Antwoord: D

9.  Onderstaand steeds twee ‘overtredingen’. Welke combinatie moeten beiden als spelhervatting een indirecte vrije schop hebben?

A. Het leunen op een tegenstander en tijdrekken

B. Het gevaarlijk aanvallen van een tegenstander en het beledigen van de scheidsrechter

C. Het vasthouden van een tegenstander en het duwen van een tegenstander

D. Gevaarlijk spel (zonder iemand te raken)  en het beledigen van een tegenstander

Antwoord: D

10. Voor welke van onderstaande overtredingen moet een directe vrije schop worden toegekend?

A. Obstructie

B. Vasthouden

C. Te hoog been

D. Te laag koppen

Antwoord: B

Facebook

Twitter