Home / Antwoorden: januari 2018

Antwoorden: januari 2018

1. Een verdediger neemt een vrije schop binnen zijn eigen strafschopgebied. Op dat moment bevinden zich nog meerdere tegenstanders in het strafschopgebied. De nemer besluit de bal snel te nemen, terwijl de tegenstanders niet genoeg tijd hebben om het gebied te verlaten. Wat moet de scheidsrechter beslissen?

A. Hij laat gewoon doorspelen

B. Hij onderbreekt het spel en laat de vrije schop overnemen.

C. Hij laat alleen doorspelen indien de tegenstanders op minimaal 9.15 meter staan.

D. Hij laat alleen doorspelen indien geen van de tegenstanders de bal binnen het strafschopgebied hebben geraakt.

Antwoord: D

2. In welke van de volgende situaties dient het spel t worden hervat met een directe vrije schop (of strafschop) als de overtreding wordt begaan door een veldspeler?

A. Een tegenstander in diens loop belemmeren.

B. Een tegenstander laten struikelen terwijl hij een aanloop neemt om een indirecte vrije trap te nemen.

C. Een tegenstander slaan vlak voordat hij een inworp neemt.

D. Het speelveld verlaten tijdens het spel om een wisselspeler een klap te geven.

Antwoord: D

3. Nadat de scheidsrechter heeft gefloten dat een strafschop genomen kan worden, maakt de nemer bij de afronding van zijn aanloop een schijnbeweging en hij trapt de bal vervolgens in het doel. Wat moet de scheidsrechter in deze situatie beslissen?

A. Aftrap na geldig doelpunt.

B. Doelpunt afkeuren en het spel laten hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij vanaf de plaats van de overtreding en een gele kaart voor de nemer van de strafschop.

C. Doelpunt afkeuren en hervatten met een indirecte vrije schop vanaf de plaats van de overtreding.

DC. Doelpunt afkeuren en hervatten met een scheidsrechtersbal vanaf de plaats van de overtreding.

Antwoord: B

4. In elke helft wordt tijd bijgeteld die verloren is gegaan. Welke hoort hier niet bij?

A. Het wisselen van spelers en vertraging om het spel te hervatten (bijvoorbeeld het vieren van een doelpunt).

B. Het beoordelen van blessures bij spelers en/of verwijderen van het speelveld van geblesseerde spelers.

C. Het overnemen van een strafschop die niet volgens de regels is genomen.

D. Drinkpauzes of pauzes om medische redenen, mits toegestaan door competitereglementen.

Antwoord: C

5. Een aanvaller van team A komt speelt via de rechterkant van het veld twee spelers van partij B voorbij. Hierdoor heeft de speler, met nog 25 meter te gaan, vrije doortocht op het doel van partij B. Een derde speler van partij B zet nog een ultieme sprint en probeert de bal te onderscheppen, maar raakt hierbij op onbesuisde wijze de aanvaller, die hierdoor valt. Wat moet de scheidsrechter beslissen als hij hiervoor heeft gefloten?

A. Directe vrije schop en gele kaart

B. Directe vrije schop

C. Directe vrije schop en rode kaart

D. Indirecte vrije schop en gele kaart.

Antwoord: C

Facebook

Twitter