Home / Antwoorden: februari 2018

Antwoorden: februari 2018

1. Een aanvaller brengt, al huppend, de bal geklemd tussen de benen in het doel van de tegenstander. Hierbij zijn er geen verdedigers in de buurt. Wat moet de scheidsrechter beslissen?

A. Een indirecte vrije schop tegen de aanvaller. Men mag niet met twee benen aanvallen.
B. Een indirecte vrije schop tegen de aanvaller en een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
C. Een indirecte vrije schop tegen de aanvaller, omdat deze speelwijze gevaarlijk spel uitlokt.
D. Een aftrap na geldig doelpunt.

Antwoord: D

2. Bij welke van onderstaande situaties is een fluitsignaal nodig?

A. Het toekennen van een doelpunt
B. Het spel hervatten met een strafschop
C. Het spel laten hervatten met een vrije schop.
D. Het toekennen van een hoekschop.

Antwoord B

3. Als de bal tijdens het spel tegen de assistent-scheidrsechter wrodt geschoten en via hem uit het speelveld gaat, kan het spel op verschillende manieren worden hervat. Welke van onderstaande mogelijkheden is niet juist?

A. Doelschop
B. Scheidsrechtersbal
C. Inworp
D. Hoekschop

Antwoord: B

4. Tijdens de wedstrijd wisselt een speler vrijwillig (dus zonder opdracht van de scheidsrechter) zijn schoenen binnen het speelveld, omdat hij steeds uitglijdt op het gladde veld. Net als hij zijn nieuwe schoenen aan heeft (en zijn oude buiten het veld), ontvangt hij de bal van een medespeler en staat daarmee aan de basis van een succesvolle aanval. Wat zal de scheidsrechter nu beslissen?

A. Hij laat doorspelen, hierover staat niets in de spelregels
B. Hij laat doorspelen, maar zal bij de eerstvolgende onderbreking de schoenen controleren
C. Hij fluit af, controleert de schoenen en laat hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij
D. Hij fluit af, stuurt de speler naar de zijlijn en laat hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij. Bij de eerstvolgende onderbreking controleert hij dan de schoenen

Antwoord: B

5. Bij een hoge voorzet in het doelgebied geeft een verdediger aan een tegenstander een duw met de schouder. De bal was op dat moment nog niet binnen speelbereik. Deze verdediger kopt de bal nu over het eigen doel. Door de duw ging een mooie scoringskans voor de aanvaller verloren. Wat moet de scheidrechter beslissen?
5. Persoonlijke straf:
A. Geen kaart
B. Gele kaart
C. Rode kaart
D. Alleen een gele kaart indien de speler nog geen geel heeft.

6. Spelhervatting:
A. Hoekschop
B. Indirete vrije schop
C. Directe vrije schop
D. Strafschop

7. Plaats van de hervatting:
A. Op de strafschopstip
B. Op de plaats waar de bal was
C. Op de lange lijn van het doelgebied, het dichts bij de plaats van de overtreding.
D. Op de plaats van de overtreding.

Antwoorden: C-D-A.

8. De doelverdediger mag een doelschop nemen. Omdat hij dit snel wil doen, werpt hij de bal vanuit zijn handen op de grond, en als deze nog rolt, maar nog wel binnen het doelgebied is, trapt hij de bal correct het spel in. Is dit geoorloofd?

A. Ja, dat is geoorloofd, want de bal was volgens de regel nog in het doelgebied toen deze getrapt werd.
B. Nee, dat is niet geoorloofd, want bij het nemen van een doelschop moet de bal stilliggen.
C. Nee, dat is niet geoorloofd, want de bal lag niet stil op de horizontale lijn van het doelgebied.
D. Dit is wel geoorloofd, want de doelschop mag op elke willekeurige plaats vanuit het doelgebied genomen worden

Antwoord: B.

Facebook

Twitter