Home / Antwoorden: december 2016

Antwoorden: december 2016

1. Bij een inworp blijft de inwerper van partij A zodanig lang met de bal in zijn handen staan, dat de scheidsrechter besluit te fluiten en hem een gele kaart te tonen wegens tijdrekken. Hoe moet het spel hierna worden hervat?

A. Met een inworp voor partij A

B. Met een inworp voor partij B

C. Met een indirecte vrije schop voor partij B op de zijlijn

D. Met een scheidsrechtersbal

Antwoord: A

2. Vlak bij de hoekvlag trappen twee spelers (één van partij A, één van partij B) op precies hetzelfe moment tegen de bal, waarna de bal precies over de hoekvlag het veld verlaat. Wat moet de scheidsrechter beslissen?

A. Doelschop

B. Hoekschop

C. Inworp voor de verdedigende partij

D. Inworp voor de aanvallende partij

Antwoord: C

3. Een strafschoppenserie moet op één van de doelen worden genomen. Wie bepaald op welk doel de serie strafschoppen na het einde van de wedstrijd wordt genomen?

A. De partij die bij aanvang van de wedstrijd de aftrap nam, mag kiezen.

B. De scheidsrechter bepaalt dit

C. De winnaar van de “eerste” toss voor aanvang van de strafschoppenserie

D. Hierover staat niets vastgelegd in de regels.

Antwoord: C

4. Terwijl de bal in het spel is, slaat een speler vanuit het speelveld een assistent-scheidsrechter die op de zijlijn loopt. Hoe zal het spel hervat moeten worden, er vanuit gaande dat de scheidsrechter dit heeft waargenomen en de speler een rode kaart heeft getoond.

A. Indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken

B. Directe vrije schop op de zijlijn

C. Indirecte vrije schop op de zijlijn

D. Scheidsrechtersbal

Antwoord: B

5. In welke van de volgende situaties moet het spel worden hervat met een directe vrije schop of strafschop als de overtreding wordt begaan door een veldspeler.

A. De bal raken met een voorwerp dat in je hand wordt gehouden of waarmee gegooid is (bijvoorbeeld een scheenbeschermer).

B. Een tegenstander in dienst loop belemmeren, zonder dat er lichaamscontact is.

C. Een speler die het speelveld verlaat om een wisselspeler een klap te geven.

D. Commentaar op een beslissing van de scheidsrechter.

Antwoord: A

6. In welke van onderstaande situaties is er een fluitsignaal nodig?

A. Bij het toekennen van een doelpunt

B. Bij de hervatting doormiddel van een vrije schop.

C. Bij de hervatting na het tonen van een kaart

D. Bij een hoekschop

Antwoord: C

7. Bij het nemen van een vrije schop binnen het eigen strafschopgebied bevinden zich nog één of meerdere tegenstanders in het strafschopgebied. De nemer besluit de bal snel te nemen,  terwijl de tegenstanders geen tijd genoeg hebben om het gebied te verlaten. De bal wordt ver en hoog in het spel gebracht tot ongeveer de middenlijn. Wat moet de scheidsrechter beslissen.

A. Gewoon doorspelen

B. Indirecte vrije schop voor de verdedigende partij (partij welke de vrije schop nam)

C. Vrije schop overnemen

D. Scheidsrechtersbal

Antwoord: A

8. Een aanvaller neemt een directe vrije schop. Hij trapt in de grond, raakt de bal wel, maar struikelt en valt dan met zijn hand op de bal, die twee meter bij hem vandaan was gerold. Een medespeler van de nemer loopt toe en schiet de bal direct in het doel. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?

A. Indirecte vrije schop voor de tegenpartij

B. Doelpunt

C. Vrije schop overnemen

D. Directe vrije schop voor de tegenpartij

Antwoord: A

9 + 10: Lees onderstaande spelsituatie goed door en beantwoord vervolgens vragen 9 en 10.

In de 25ste minuut van de wedstrijd heeft partij A een mooie combinatie op het middenveld, waarbij een middenvelder van partij B te laat komt en op een onbesuisde manier de tegenstander ten val brengt. De bal blijft echter in balbezit van partij A en de scheidsrechter besluit voordeel te geven. Vervolgens wordt de bal met lange bal naar de rechtsbuiten van partij A gespeeld welke de bal voor wil geven. De spits van partij A wil richting de strafschopstip sprinten, maar wordt net buiten het strafschopgebied vastgehouden door dezelfde speler van partij B (welke eerder deze aanval de overtreding maakte). De aanvaller probeert nog door te lopen, maar komt, terwijl hij nog altijd wordt vastgehouden, op 14 meter van het doel op de grond. (Hierbij wordt geen directe scoringskans weerhouden, maar wel een veelbelovende aanval onderbroken).

9. Wat moet de spelhervatting zijn?

A. Strafschop

B. Directe vrije schop

C. Indirecte vrije schop

D. Doorspelen

Antwoord: A

10. Wat moet de disciplinaire straf zijn voor de speler van partij A?

A. Geen kaart

B. Gele kaart

C. Twee keer een gele kaar tonen, gevolgd door rood

D. Direct rood

Antwoord: C.

Facebook

Twitter